Wanneer een baby veel huilt en lastig in slaap kan komen, is hier vaak een reden voor. Er wordt gesproken van een huilbaby bij de 3-3-3 regel. Drie uur per dag huilen, minimaal drie dagen per week, gedurende drie weken. Ongeveer twee procent van alle baby’s huilt in deze mate.
Belangrijk om te weten is dat overmatig huilen bijna nooit op zichzelf staat. Er is vaak sprake van pijn, lichamelijke onrust of overprikkeling. Daarom geldt altijd eerst: uitsluiten van medische oorzaken via de huisarts of kinderarts. Pas als dit onder controle is, is slaapcoaching aan te raden bij geen verdere verbetering van slaap.
Onrust en slapen hangen samen
Bij onrust zie je dat baby’s veel nabijheid zoeken. Dat is logisch. Papa en mama geven veiligheid. Het lastige is dat sommige baby’s deze nabijheid blijven nodig hebben, ook als de onrust afneemt. Ze hebben dan nog niet geleerd om zelfstandig in slaap te vallen.
Ik vind het belangrijk om niet alleen naar het slapen te kijken, maar naar het geheel. Onrust, voeding, ritme en ontwikkeling beïnvloeden elkaar. Wanneer ik duidelijke signalen van pijn of lichamelijke klachten zie, dan is doorverwijzen altijd nodig.
Reflux als veelvoorkomende onruststoker
Reflux komt veel voor bij jonge baby’s. Hierbij stroomt maaginhoud terug de slokdarm in. Soms spuugt een baby dit uit, soms slikt hij of zij het weer door. Dat laatste noemen we verborgen reflux.
Reflux ontstaat doordat de sluitspier tussen de slokdarm en maag nog niet goed is ontwikkeld. Bij de meeste baby’s verdwijnen de klachten vanzelf rond het eerste levensjaar, maar veelvoorkomende signalen zijn
- Spugen
- Veel slikken
- Overstrekken
- Ontroostbaar huilen
- Moeite met plat liggen
Wat ouders kunnen doen is hun baby vaker dragen, na de voeding rechtop houden en zorgen voor een rustig en voorspelbaar ritme. Ook kan het bedje iets verhoogd worden. Sommige ouders kiezen voor een osteopaat om de houding en het zuig- en slikreflex te laten beoordelen. Bij het indikken van voeding en medicatie is het belangrijk om altijd met een arts te overleggen.
Niet elke reflux is hetzelfde
De meeste baby’s hebben ongecompliceerde reflux. Ze groeien goed en hebben weinig pijn. Behandeling is dan niet nodig. Bij gecompliceerde reflux is er sprake van pijn en soms ontsteking van de slokdarm. Deze baby’s huilen veel, slapen slecht en drinken soms slecht. Medische behandeling is dan noodzakelijk. Atypische reflux komt minder vaak voor en kan ook ademhalingsklachten geven. Dit vraagt altijd om medische begeleiding.
Darmkrampjes en koliek
Darmkrampjes komen vaak voor bij jonge baby’s. De darmen zijn nog onrijp en dit kan zorgen voor pijn en onrust. Meestal verdwijnen deze klachten rond vier maanden. Babymassage, dragen en letten op de manier van drinken kunnen verlichting geven. Bij borstvoeding kan een lactatiekundige meekijken en bij flesvoeding kan een antikoliek fles helpen.
Ziekte en allergie als oorzaak
Ziek zijn verstoort het slapen bijna altijd. Op dat moment is comfort belangrijker dan zelfstandig slapen. Zodra het kindje herstelt, is het belangrijk om weer terug te gaan naar de normale gewoontes.
Voedselallergieën komen bij vier tot acht procent van de kinderen onder de drie jaar voor. Koemelkallergie is de meest voorkomende. Signalen zijn onder andere veel huilen, eczeem, spugen en diarree. Bij twijfel is het verstandig contact op te nemen met de huisarts en te blijven focussen op het vinden van de oorzaak, niet alleen op symptoombestrijding.
Tot slot
Een huilbaby vraagt om kijken, luisteren en vertragen. Niet direct oplossen, maar eerst begrijpen wat er speelt. Pas als de oorzaak helder is, kan slapen echt verbeteren.