Net als je denkt dat het slaapritme eindelijk een beetje loopt, lijkt alles weer op z’n kop te staan. De dutjes worden korter, de nachten onrustiger en naar bed gaan voelt plots als een strijd. Veel ouders denken dan dat ze iets verkeerd doen, maar dat is zelden zo. Dit soort fases, ook wel slaapregressie of sprongetje genoemd, horen bij de ontwikkeling van jonge kinderen. Ze kunnen pittig zijn, maar met wat inzicht en rust gaan ze bijna altijd vanzelf voorbij.
Wat er gebeurt tijdens een sprongetje of slaapregressie
Een slaapregressie betekent niet dat je kind achteruit gaat in slaap, maar juist dat het zich ontwikkelt. Tijdens sprongetjes leren kinderen nieuwe vaardigheden, zoals rollen, kruipen, staan, praten en lopen. Deze ontwikkeling vraagt veel van een kindje en de hersenen draaien overuren om alle prikkels te verwerken. Dit zie je bijna altijd terug in slaap. De slaap wordt lichter en onrustiger, omdat het brein volop bezig is met ontwikkelen.
Ook verandert vaak tijdens deze periode het dagritme. Je kindje heeft wellicht behoefte aan een nieuw ritme met minder slaap, maar is dit nog niet helemaal gewend. Andere factoren kunnen ook een rol spelen, zoals tandjes, een verkoudheid en een verandering thuis. Dat alles kan tijdelijk zorgen voor slechter slapen, vaker wakker worden of moeilijk inslapen.
Een sprongetje of slaapregressie hoort erbij, maar maakt het zeker niet minder vermoeiend. Het is goed om te weten dat dit soort fases vaak maar een paar weken duren. Je kindje maakt een sprong in gedrag of ontwikkeling.
Wat kun je doen als je kindje midden in een slaapregressie zit
Hoe lastig het soms ook is, probeer rustig te blijven. Houd zoveel mogelijk vast aan het ritme, het is niet nodig om deze compleet om te gooien. De ene dag zal het slapen en het ritme beter gaan, dan de andere dag. Dat is niet erg. Herkenbaarheid en structuur geeft houvast. Blijf letten op de vermoeidheidssignalen van je kindje en stem de dutjes hierop af zonder volledig af te wijken van het ritme. Het is niet erg als je kindje meer tijd nodig heeft dan normaal om in slaap te komen. Oververmoeidheid is vaak de grootste boosdoener van onrustig slapen.
Kijk ook eens kritisch naar de slaapomgeving. Een donkere kamer, een constante temperatuur en een rustig bedritueel kunnen veel verschil. En als je merkt dat je kindje tijdelijk meer nabijheid nodig heeft, geef dat dan. Je kan gerust meer nabijheid geven, maar let wel op dat wanneer je bijvoorbeeld begint met wiegen, er een grote kans bestaat dat je kindje dit ook wil wanneer de slaapregressie of sprong weer voorbij is. Wanneer je dit niet wil, kan het verstandig zijn dit niet te vaak te doen.
Wanneer ondersteuning goed kan zijn
Soms duurt de onrust langer dan een paar weken of lijkt het patroon niet vanzelf te herstellen. Dan kan het zijn dat er meer meespeelt: een niet passend dagritme, een afhankelijke slaapassociatie die is ontstaan, of spanning bij ouder en kind. In zo’n geval kan een kinderslaapcoach helpen. Samen kijken we naar wat er onder de onrust zit en hoe jullie het ritme weer in balans krijgen. Zonder standaard schema’s, maar met aandacht voor jullie situatie en een persoonlijke aanpak.
Tot slot
Een slaapregressie of sprongetje hoort bij opgroeien. Het is tijdelijk, al voelt dat soms niet zo in de nacht. Vertrouw erop dat dit erbij hoort en dat slaap zich blijft ontwikkelen, net als je kindje zelf. En weet: je hoeft het niet alleen te doen.
Wil je meer weten of merk je dat de onrust aanhoudt? Neem gerust contact op, dan kijken we samen naar wat jullie kunnen doen voor meer slaap en ontspanning rondom slaap.